Want to make creations as awesome as this one?

More creations to inspire you

OSCAR WILDE

Horizontal infographics

GOOGLE - SEARCH TIPS

Horizontal infographics

NORMANDY 1944

Horizontal infographics

VIOLA DAVIS

Horizontal infographics

LOGOS

Horizontal infographics

RUGBY WORLD CUP 2019

Horizontal infographics

Transcript

Welkom en goedemorgen!

Het alphabet

Das Alphabet

WIEDERHOLUNG VON LETZTER WOCHE

Luister nog eens en zeg na.
Hör noch einmal zu und sprich nach.

Wie kan het alphabet het snelst opzeggen?
Wer kann das Alphabet am schnellsten aufsagen?

Het alphabet

Besonderheiten des niederländischen Alphabets

Die Kombination IJ/ij wird wie ein einzelner Buchstabe behandelt und deshalb immer als Ganzes groß oder kleingeschrieben, z.B. im Wort IJsselmeer.
In Kreuzworträtseln steht das IJ zum Beispiel auch in einem Kästchen.

Hoe worden deze woorden uitgesproken?
Wie werden diese Wörter ausgesprochen?

ijs • trein • eiland • ouder • meisje • tulp • nieuws • meeuw • hout • leuk • sjaal • uil • ijsbeer • hoed • leeuw • huis • moeder • poep

WIEDERHOLUNG VON LETZTER WOCHE

ä = a umlaut
ö = o umlaut
Ü = u umlaut
ß = ringel-s
aa = dubbel a usw.
ei = korte ei
ij = lange ij

Luister en schrijf de namen van de personen op.
Höre zu und schreib die Namen der Personen auf.

Besonderheiten

ä = a umlaut
ö = o umlaut
Ü = u umlaut
ß = ringel-s
aa = dubbel a usw.
ei = korte ei
ij = lange ij

Luister en schrijf de namen van de personen op.
Höre zu und schreib die Namen der Personen auf.

Besonderheiten

a) Rigdhuizen


ä = a umlaut
ö = o umlaut
Ü = u umlaut
ß = ringel-s
aa = dubbel a usw.
ei = korte ei
ij = lange ij

Luister en schrijf de namen van de personen op.
Höre zu und schreib die Namen der Personen auf.

Besonderheiten

a) Rigdhuizen
b) Anna-Lena

ä = a umlaut
ö = o umlaut
Ü = u umlaut
ß = ringel-s
aa = dubbel a usw.
ei = korte ei
ij = lange ij

Luister en schrijf de namen van de personen op.
Höre zu und schreib die Namen der Personen auf.

Besonderheiten

a) Rigdhuizen
b) Anna-Lena
c) Geerse

Maak de volgende zinnen af.
Hoe heten je klasgenoten? Waar komen ze vandaan? Loop rond, vraag het hun en en stel je aan je klasgenoten voor.
Beende die Sätze. Wie heißen deine Mitschüler*innen? Woher kommen sie? Laufe herum, frage sie und stell dich ihnen vor?

• Begroeting (Hoi!/Hallo!/Dag!...)
• Wie ben je?
• Ik ben ... En jij?
• Ik heet…
• Waar kom je vandaan?
• Ik kom uit…En waar kom … ?
• Afscheid (Dag!/Tot ziens!/Doeg!/Doei!...)

Goedemorgen! Ik ben Tess en ik kom uit Arnhem. Dit is vlak bij Duitsland. Waar ben jij vandaan?

DE GETALLEN

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10

een

twee

drie

vier

vijf

zes

zeven

acht

negen

tien

Tel mee!

11 12 13 14 15 16 17 18 19 20

elf

twaalf

dertien

veertien

vijftien

zestien

zeventien

achttien

negentien

twintig

DE GETALLEN

20, 21, 22...

30, 31, 32...

40, 41, 42...

50, 51, 52...

60, 61, 62...

70, 71, 72...

80, 81, 82...

90, 91, 92...

100, 101, 102...

zwei = twee
und = en
zwanzig = twintig

Wie sprechen wir in den Niederlanden die Zahlen aus?

DE GETALLEN

20, 21, 22...

30, 31, 32...

40, 41, 42...

50, 51, 52...

60, 61, 62...

70, 71, 72...

80, 81, 82...

90, 91, 92...

100, 101, 102...

twintig, eenentwintig, ...

dertig, eenendertig, ...

vijftig, eenenvijftig,...

zestig, eenenzestig,...

zeventig, eenenzeventig,...

tachtig, eenenttachtig,...

negentig, eenennegentig,...

honderd, honderdeen,...

veertig, eenenveertig, ...

DE GETALLEN

Welke getallen kun je herkennen?
Welche Zahlen erkennst du?

Dag allemaal!

1. Op het station.
moeder: Hé lieverd!
Pieter: Hallo mam. Wat fijn je weer te zien.
moeder: Ik neem je tas wel.
Pieter: Dank je wel.

2. In het hotel.
Marieke: Hallo Leonie.
Leonie: Hoi. Dit is Hanna, een vriendin van mij. Ze is hier op vakantie.
Marieke : Dag Hanna. Ik heet Marieke. Leuk om je te zien.
Hanna: Ik kom uit Duitsland. Ik woon in Greven, dat is in de buurt van Münster.

3. Bij de bushalte.
Floortje: Dag pap!
vader: Hallo Floortje. Welkom terug.
Floortje: Dank je wel. Ik ben heel moe.
vader: Kom, we gaan naar huis.
Floortje: Ja, fijn.

4. Op de voetbalklub.
Joost: Ben jij Matthias?
Matthias: Hallo, ja ik ben Matthias Köhler. En wie ben jij?
Joost: Ik ben Joost van Beek. Welkom bij FC Utrecht!
Matthias: Bedankt.

DE PRONOMINA

Werk aan de taken 1+2 op je werkblad. Je mag samenwerken met je partner.
Bearbeite die Aufgaben 1+2 auf dem AB. Du darfst mit deinem Partner oder Partnerin zusammenarbeiten.

Jij wird benutzt, um etwas ausdrückllich zu betonen.

Bsp.: Niet ik, maar jij hebt hulp nodig.



Je wird benutzt, wenn etwas weniger betont wird.

Bsp.: Je mag helpen als je kunt.

DE PRONOMINA