Want to make creations as awesome as this one?

Transcript

ga met je muis over de prent

Dit zijn de toppredatoren. Deze dieren voeden zich met andere dieren in het ecosysteem. Dit zijn vlees- of alleseters die door geen andere organismen gegeten worden.

Enkele voorbeelden zijn de wolf, de uil, de vos, de arend...


Dit zijn de reducenten. Kleine bodembacteriën die voor de verdere afbraak van afvalstoffen zorgen. Ze zorgen ervoor dat de afvalstoffen en dode organismen worden omgezet tot mineralen en voedingsstoffen in de bodem. Deze hebben de planten nodig om te groeien.

Dit zijn de detrivoren of afvaleters. Ze zorgen voor de afbraak van dode dieren en afvalstoffen zoals uitwerpselen. Ze voeden zich dan ook enkel met deze resten. Ze zorgen voor de eerste afbraak.

Enkele voorbeelden zijn de paddenstoel, de mier en de regenworm.

Dit zijn de planten. Planten maken hun eigen voedsel aan de hand van water en mineralen uit de bodem. Omdat ze hun eigen voedsel produceren, worden ze ook wel producenten genoemd.

Enkele voorbeelden zijn de eik, het gras, de braamstruik...

Dit zijn de planteneters. Ze voeden zich enkel met planten en worden gegeten door vleeseters in het ecosysteem. Planteneters worden ook wel consumenten van de eerste orde genoemd.

Enkele voorbeelden zijn de slak, het konijn, de kever...

Deze dieren voeden zich met andere dieren zoals planteneters of planten zelf. Het zijn vleeseters of alleseters. Ze worden zelf gegeten door andere vleeseters, de toppredatoren in het ecosysteem.

Enkele voorbeelden van consumenten van de 2e orde zijn een wezel, een spin, een mol...